Alle kinderen hebben rechten. Ook meisjes. Toch worden de rechten van miljoenen kinderen wereldwijd geschonden en worden meisjes disproportioneel getroffen. Meisjes kunnen vaker dan jongens niet naar school, mogen minder vaak zelf beslissen over met wie ze trouwen of met wie ze een (seksuele) relatie willen. Meisjes die in armoede leven, niet heteroseksueel zijn, tot een etnische minderheid behoren of een beperking hebben, worden nog meer gediscrimineerd. Wanneer ze hun rechten opeisen, botsen meisjes op grote hindernissen. In conflictgebieden worden meisjes vaak slachtoffer van fysiek, psychologisch en seksueel geweld. Door meisjesrechten hoger op de internationale agenda te plaatsen, kan België bijdragen aan een duurzame toekomst waarin alle meisjes vrij van geweld en discriminatie kunnen opgroeien.

Meisjesrechten in internationale verdragen

Het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Vrouwenverdrag (CEDAW) vormen de basis van meisjesrechten. In beide verdragen worden de rechtenschendingen waar meisjes mee te kampen krijgen, zoals kindhuwelijken of genitale verminking, echter niet expliciet vermeld. Rechtenschendingen die vooral op jongens van toepassing zijn, zoals het ronselen van kindsoldaten, worden in het VN-Kinderrechtenverdrag wel expliciet vermeld. 

Dit wil niet zeggen dat de verdragen meisjes geen bescherming bieden. Vandaag wordt zonder enige twijfel de vermelding van harmful practices van toepassing geacht op kindhuwelijken en genitale verminking. Wel toont dit aan dat de verdragen opgesteld zijn met weinig tot geen inbreng van meisjes en jonge vrouwen en progressief en expliciet taalgebruik werd tegengehouden door staten die geen voorvechters waren van meisjesrechten. 

Het VN-Kinderrechtenverdrag en het VN-Vrouwenverdrag zijn waardevolle instrumenten in de strijd tegen discriminatie van meisjes. Het is echter essentieel dat alle relevante actoren geïnformeerd worden over de verschillende rechtenschendingen die meisjes meemaken en staten verantwoordelijk worden gehouden wanneer de verdragen niet correct worden nageleefd.

Verschillende landen hebben voorbehouden gemaakt bij de twee verdragen. Bijna alle landen hebben het VN-Vrouwenverdrag geratificeerd, maar tegelijkertijd is het een van de verdragen met de meeste voorbehouden. De meeste van deze voorbehouden hebben te maken met thema’s die onmisbaar zijn voor de gezonde ontplooiing en ontwikkeling van meisjes, zoals seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) en gelijkheid in het huwelijk en in de familie.

Ook bij het VN-Kinderrechtenverdrag hebben verschillende staten voorbehouden gemaakt, voornamelijk bij het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Volgens speciale VN-rapporteur voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging Bielefeldt is dit recht, in combinatie met het recht op vrije meningsuiting, net essentieel om meisjes te empoweren om patriarchale normen in verschillende geloofsovertuigingen in vraag te stellen en hen zelf te laten kiezen welke geloofsnormen zij willen volgen.

België als internationale actor

Internationale verdragen die geratificeerd en correct nageleefd worden, hebben een grote impact op het welzijn van kinderen. Sinds de inwerkingtreding van het VN-Kinderrechtenverdrag zijn in verschillende landen wetten aangepast omkinderrechten beter te beschermen. Om duurzame ontwikkeling te garanderen moeten de rechten van alle kinderen gerespecteerd worden, ook die van meisjes. Vaag taalgebruik in het internationale recht en voorbehouden van landen hebben geleid tot een stelselmatig gebrek aan aandacht voor de rechten en noden van meisjes.

Daarom vragen wij aan de Belgische overheid om aandacht te vragen voor de rechten en noden van meisjes in internationale onderhandelingen, zodat deze expliciet vermeld worden in internationale akkoorden en bilaterale en multilaterale samenwerkingsverbanden. Dit is niet enkel essentieel om de discriminatie die meisjes meemaken op basis van hun leeftijd en gender te erkennen, maar ook om ervoor te zorgen dat alle landen zich zullen engageren om respect voor meisjesrechten te verzekeren. Wanneer meisjesrechten geschonden worden, kan de civiele maatschappij op haar beurt de staat ter verantwoording roepen door zich te beroepen op de expliciete vermelding in de internationale akkoorden.

Aanbevelingen

België kan zich de komende vijf jaar op internationaal niveau ontpoppen tot een echte voorvechter van meisjesrechten door: 

  1. Van het promoten van meisjesrechten een specifieke doelstelling van de Belgische ontwikkelingssamenwerking te maken, in de nationale wet, de bilaterale samenwerking met de partnerlanden en de multilaterale samenwerking.
  2. De partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking te ondersteunen om internationale instrumenten correct te implementeren, gendergedesaggregeerde data te verzamelen en tijdig te rapporteren aan de bevoegde instellingen.
  3. Als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad consequent aandacht te eisen voor de noden en rechten van meisjes, meer bepaald het recht op bescherming tegen geweld en het recht op participatie in vredesprocessen.
  4. In de VN-Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN, initiatieven die de rechten en noden van meisjes belichten op te zetten en te ondersteunen, genderspecifieke taal te gebruiken wanneer meisjes in realiteit vaker slachtoffer worden van bepaalde rechtenschendingen, en de noden van meisjes consequent te benoemen en te differentiëren van vrouwenrechten en kinderrechten.
  5. Op alle internationale fora het recht op participatie centraal te zetten door meisjes van verschillende achtergronden zelf aan het woord te laten.
  6. Onderhandelaars en andere medewerkers van Buitenlandse Zaken regelmatig te trainen over de noden van meisjes, meisjesrechten en genderspecifiek taalgebruik.
  7. De lokale civiele maatschappij te ondersteunen in het opkomen voor de rechten van meisjes en haar lokale en nationale overheid ter verantwoording roepen.

Wilt u meer weten?

Tess Vanacker, Ontwikkelingssamenwerking en gender
Plan International België
02 504 60 12
tess.vanacker@planinternational.be

Download ons memorandum (pdf, 28 p. 1,1 Mb)

Vind je dit artikel interessant? Deel het met je vrienden!