Kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en meisjesbesnijdenissen blijven cruciale uitdagingen voor de Belgische partnerlanden. Er bestaat geen simpele oplossing. Wel kunnen we via een holistische benadering de structurele problemen die aan de oorzaak liggen aanpakken. De Belgische ontwikkelingssamenwerking kan een belangrijke bijdrage leveren aan Sustainable Development Goals (SDG), meer bepaald SDG3, SDG4 en SDG5 door een geïntegreerde aanpak tegen gendergerelateerd geweld te ontwikkelen. In de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei 2019 formuleert Plan International België haar aanbevelingen ter bestrijding van gendergerelateerd geweld.

  • SDG 3.1:  Tegen 2030 de globale moedersterfte terugdringen tot minder dan 70 per 100.000 levendgeborenen
  • SDG 4: Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen
  • SDG 5.3: Uit de wereld helpen van alle schadelijke praktijken, zoals kind-, vroege en gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking 

Kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en genitale meisjesverminking

In Niger zijn drie op de vier meisjes getrouwd voor hun achttiende verjaardag. In buurland Mali worden 75% van de meisjes onder de 14 jaar besneden, terwijl in Benin bijna een meisje op vier tienermoeder wordt.

Kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en genitale meisjesverminking hebben veel met elkaar te maken. Ze schenden de fundamentele rechten van meisjes en houden ernstige gezondheidsrisco’s in. Kindhuwelijken en tienerzwangerschappen verhinderen meisjes om hun middelbare school te beginnen of af te maken en een job te vinden. De drie praktijken vormen een cruciale uitdaging voor de Belgische partnerlanden, waar het potentieel van meisjes en jonge vrouwen te vaak verloren gaat. Het is onmogelijk om duurzame groei te realiseren als meisjes zich niet gezond en vrij van geweld kunnen ontplooien. Uit recent onderzoek van de Wereldbank blijkt dat ontwikkelingslanden tegen 2030 biljoenen dollars zullen verliezen als kindhuwelijken en tienerzwangerschappen blijven bestaan (bron: World Bank & ICRW, 2018. Economic Impacts of Child Marriage)

Los van andere structurele problemen, zoals armoede, ligt diepgewortelde genderongelijkheid aan de basis van kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en genitale meisjesverminking (bron: Governance and Social Development Resource Centre, 2011. Helpdesk Research Report: Female Genital Mutilation/Cutting​​​​​​) Sociale normen en praktijken controleren de seksualiteit van meisjes en jonge vrouwen. Ze beletten meisjes om vrij te kiezen over hun lichaam en hun partners. Taboes en misinformatie over seksualiteit zorgen ervoor dat in de Belgische partnerlanden jongens en meisjes te weinig weten over hun seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Culturele en religieuze overtuigingen en de angst om gestigmatiseerd en uitgesloten te worden wanneer men openlijk tegen deze overtuigingen ingaat, zijn tot slot belangrijke factoren in het behoud van de gevestigde praktijken.

In sommige gevallen is er een directe relatie tussen kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en genitale meisjesverminking (bron: World Vision, 2014. Exploring the Links: Female Genital Mutilation/Cutting and Early Marriage). In bepaalde gemeenschappen geldt de genitale verminking van een meisje als voorwaarde voor het huwelijk. Ze moet “zuiver” zijn voor haar man. Afhankelijk van het land en de gemeenschap wordt ze verminkt tussen de geboorte en de adolescentie. In andere landen doet de genitale verminking dienst als overgangsritueel. Meisjes worden genitaal verminkt rond de adolescentie. Dan worden ze beschouwd als vrouw en kunnen ze worden uitgehuwelijkt. In het algemeen resulteren kindhuwelijken in gedwongen seks, het weinig tot niet gebruiken van voorbehoedsmiddelen en snel opeenvolgende en ongewenste zwangerschappen. (bron: Plan International, 2017. Family Honour and Shattered Dreams: Girl Brides in Mali, Niger and Senegal). ​​​​De jonge leeftijd van tienermeisjes kan voor verschillende complicaties zorgen tijdens de zwangerschap en de bevalling, zeker wanneer de meisjes genitaal verminkt zijn.

Omgekeerd worden meisjes vaak verplicht om te trouwen met de vader van hun ongeboren kind, in gemeenschappen waarin kinderen buiten het huwelijk gezien worden als een bedreiging voor de eer van de familie – soms zelfs wanneer de zwangerschap het resultaat is van een verkrachting(bron: UNFPA: Child Marriage – Frequently Asked Questions)

Zo’n duidelijk onderlinge relatie is er echter niet altijd. In Niger is 78% van de meisjes getrouwd en is slechts 2% besneden, terwijl in Mali 83% van de meisjes besneden en ongeveer de helft getrouwd is. De mate waarin de praktijken voorkomen en de manier waarop ze elkaar versterken, hangt af van de sociale, economische, culturele en politieke structuur van een land, regio of gemeenschap. De drie problematieken moeten dus holistisch benaderd worden met tegelijkertijd bijzondere aandacht voor de lokale context.

Kwaliteitsvol onderwijs en armoedebestrijding

Structurele genderongelijkheid is een gemeenschappelijke factor van kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en genitale meisjesverminking. Deze ongelijkheid wordt voornamelijk in stand gehouden door een gebrek aan kwaliteitsvol onderwijs en een laag gezinsinkomen, vooral in rurale gebieden (bronsource:  UNICEF, 2015. Mariages d’enfants, grossesses précoces et formation de la famille en Afrique de l’Ouest et du Centre.)

Kwaliteitsvol onderwijs en technische en beroepsopleidingen creëren mogelijkheden voor meisjes. Hoe langer een meisje op de schoolbanken blijft, hoe later ze trouwt (bron: Plan International, 2013. A Girls’ Right to Say No to Marriage. Working to End Child Marriage and Keep Girls in School) Met de juiste lessen kunnen meisjes en jongens op school over hun seksuele rechten leren en ontdekken hoe ze op een veilige manier seksuele relaties kunnen hebben. Zo krijgen meisjes meer controle over hun eigen lichaam en daalt het aantal ongewenste zwangerschappen bij tienermeisjes.

Opgeleide jongens en meisjes zijn bovendien beter in staat om sociale normen in vraag te stellen. Ze zijn zelfverzekerder om tegen de gangbare praktijken in te gaan en met de sociale gevolgen te leven wanneer ze hun dochters niet genitaal laten verminken of uithuwelijken. Zo hebben ze ook een positief effect op hun families en gemeenschappen, waardoor de angst voor stigmatisering van niet-besneden of ongehuwde meisjes langzaam afneemt.

Verder staan jonge vrouwen die naar school zijn gegaan economisch sterker in hun schoenen, wat hen ook meer mogelijkheden geeft om controle over hun eigen leven te hebben. Scholen moeten echter veilig zijn voor meisjes en aangepast zijn aan hun noden. Het risico op seksuele intimidatie en geweld of onaangepaste sanitaire voorzieningen zijn vaak een reden voor meisjes om te stoppen met hun opleiding of voor ouders om hun dochters van school te halen. Ook wanneer de weg naar school niet veilig is of wanneer de scholen te ver weg zijn en het meisje niet tijdelijk bij bijvoorbeeld familieleden kan inwonen om haar opleiding verder te zetten, moet een meisje vaak stoppen met school en met iemand trouwen. Het kindhuwelijk wordt dan gezien als een manier om een meisje te beschermen.

Armoede speelt ook een belangrijke rol. Meisjes uit arme gezinnen hebben drie keer meer kans om uitgehuwelijkt te worden dan meisjes uit gezinnen met een hoger inkomen (bron: Girls Not Brides: Poverty Is One Of the Main Drivers of Child Marriage) Wanneer er geen geld is voor onderwijs, worden meisjes sneller van school gehaald en uitgehuwelijkt. Met beperkte middelen voor onderwijs wordt over het algemeen voor de zonen gekozen. Meisjes worden kindbruiden omdat het gezin de bruidsprijs nodig heeft of omdat de familie van de toekomstige man meer middelen heeft om voor het meisje te zorgen. In landen waar het extreem moeilijk is om een man te vinden voor een niet-besneden meisje wordt de kost van een besnijdenis (en het trouwfeest) gezien als een investering in de toekomst. In verschillende landen spelen de sociale normen – het behoud van de familie-eer door ervoor te zorgen dat het meisje geen seksuele relaties heeft voor het huwelijk – echter een meer doorslaggevende rol dan de directe economische voordelen van een kindhuwelijk(bron: Plan International, 2017. Family Honour and Shattered Dreams: Girl Brides in Mali, Niger and Senegal).

In rurale gebieden is er vaker een groter tekort aan onderwijsstructuren voor adolescenten en economische mogelijkheden. Het gemeenschapsgevoel, de sociale normen en de sociale controle zijn er sterker, waardoor het moeilijker is om tegen de gangbare praktijken in te gaan. De sociale regels die er gelden hebben meer gezag en worden meer gevolgd dan de nationale wettelijke bepalingen. In rurale gebieden is er over het algemeen ook minder toegang tot gezondheidszorg en middelen voor anticonceptie.

Lokale actoren in de strijd tegen gendergerelateerd geweld tegen meisjes

Het is essentieel dat een strategie tegen gendergerelateerd geweld tegen meisjes rekening houdt met de expertise en ervaringen van het lokale middenveld. De ervaring in verschillende landen toont aan dat wetten die de steun van de bevolking niet dragen, niet werken en soms zelfs averechtse gevolgen hebben. Lokale organisaties, met inbegrip van religieuze en gemeenschapsleiders, die tegen gendergerelateerd geweld strijden zijn daarom onmisbaar om gemeenschappen te sensibiliseren en invloed uit te oefenen op de overheid om wettelijke kaders uit te werken die effectief kunnen bijdragen aan het verminderen van gendergerelateerd geweld tegen meisjes. Ze zijn ook legitieme actoren om in gemeenschappen intergenerationele dialogen te organiseren en met invloedrijke personen in de gemeenschap in gesprek te gaan.

Het is tevens belangrijk dat rekening gehouden wordt met de ervaringen en de stem van meisjes en jongens zelf, in het bijzonder van de meest kwetsbare meisjes. Zij willen en kunnen zelf verandering teweeg brengen in hun gemeenschap en in hun land. Wanneer naar hun ervaringen en ideeën geluisterd wordt, verbetert de impact van projecten en groeit het draagvlak voor ontwikkelingsinterventies. Met de zogenaamde Champions of Change programma’s werken wij samen met jongens en meisjes in verschillende landen aan sociale normen en schadelijke praktijken. Via die programma’s worden jongens en meisjes rolmodellen die een belangrijke functie opnemen als actoren van verandering. Zij tonen aan andere kinderen en jongeren en hun gemeenschappen dat afwijken van schadelijke normen en praktijken net positief is.

Aanbevelingen

Om gendergerelateerd geweld tegen meisjes te stoppen, vragen wij aan de Belgische ontwikkelingssamenwerking:

1. Maatregelen ter preventie

via

  • Kwaliteitsvol kleuter-, lager en middelbaar onderwijs en technische – en beroepsopleidingen voor meisjes in veilige scholen, waarin niet alleen de basisvaardigheden ontwikkeld worden, maar ook aandacht gaat naar alomvattende seksuele opvoeding voor zowel jongens als meisjes, die afgestemd is op verschillende leeftijden en aangepast is aan de cultuur.
  • Het ondersteunen van lokale actoren, zowel jongens als meisjes en mannen als vrouwen, die strijden tegen alle vormen van gendergerelateerd geweld tegen meisjes, waaronder lokale jongeren- en vrouwenbewegingen, religieuze en gemeenschapsleiders, meisjes die de praktijken hebben overleefd en hun getuigenissen willen delen en jongens en meisjes die als positief rolmodel openlijk afstand nemen van de praktijken.
  • Praktijken die reeds aangetoond hebben goed te werken, zoals de zogenaamde écoles des (futurs) maris, intergenerationele dialogen, alternatieve overgangsrituelen en uitwisselingen tussen besneden en niet-besneden meisjes, meisjes die reeds getrouwd zijn en meisjes die dat niet zijn, en meisjes die zwanger zijn en meisjes die dat niet zijn.
  • Activiteiten die duurzame en inclusieve economische ontwikkeling realiseren, ook voor jonge vrouwen.  

2. Kwaliteitsvolle diensten voor meisjes die genitaal verminkt zijn, die werden uitgehuwelijkt of tienermoeder zijn

Specifiek gaat dit over: 

  • Het voorzien van onderwijs en gezondheidsdiensten voor alle meisjes en jonge vrouwen, ook in rurale gebieden, en het bestrijden van verschillende vormen van discriminatie die tienermoeders meemaken.
  • Het organiseren van cultureel geschikte en leeftijdspecifieke vormingen over seksuele en reproductieve rechten voor meisjes en jonge vrouwen die niet langer op school zitten.
  • Voldoende aandacht besteden aan het effect van humanitaire rampen op verschillende vormen van gendergerelateerd geweld tegen meisjes.

3. Langetermijninvesteringen in

  • Gouvernementele samenwerking om de overheden van de partnerlanden bij te staan in het uitwerken van een juridisch kader dat effectief bescherming biedt tegen gendergerelateerd geweld tegen meisjes, steunend op onder andere systematische geboorteregistratie, correcte dataverzameling en het doen toepassen van dat kader door de bevolking.
  • Innovatief wetenschappelijk onderzoek dat de relaties tussen kindhuwelijken, tienerzwangerschappen en meisjesbesnijdenissen in de Belgische partnerlanden in kaart brengt, rekening houdend met de expertise van lokale actoren en de meisjes en jonge vrouwen zelf en gericht op het uitwerken van geïntegreerde, contextgevoelige ontwikkelingsinterventies.

Wilt u meer weten?

Tess Vanacker – Ontwikkelingssamenwerking en gender 
Plan International Belgique 
02 504 60 12 
tess.vanacker@planinternational.be 

Download ons memorandum (pdf, 28 p. 1,1 Mb)

Vind je dit artikel interessant? Deel het met je vrienden!