Verschillende Belgische partnerlanden kampen met aanhoudende droogte en overstromingen. Veel gezinnen, vooral in rurale gebieden, kunnen zich door gebrek aan middelen en ondersteuning niet snel genoeg aanpassen aan deze veranderende weersomstandigheden.

Klimaatverandering: een bedreiging voor het recht op onderwijs en bescherming

Wanneer eten schaarser wordt en voedselprijzen stijgen, eten meisjes over het algemeen het laatst, het minst en het minst voedzaam. Dat zorgt er niet alleen voor dat ze meer moeite hebben om naar school te gaan en op te letten in de klas, maar ook dat ze minder weerbaar zijn tegen ziektes. Wanneer een gezin meer nood heeft aan hulp op het land of in het huishouden, valt die last vaker op de schouders van de dochters. Wanneer het inkomen daalt en de ouders moeten kiezen wie naar school kan blijven gaan, wordt meestal voor de jongens gekozen.

Klimaatverandering zet ook watervoorzieningen onder druk. Het zijn gewoonlijk meisjes die water moeten halen, een taak die gevaarlijk kan zijn en in tijden van waterschaarste heel veel tijd en energie vergt. Tijd die ze niet op school kunnen doorbrengen. Wanneer er niet genoeg proper water is voor sanitaire voorzieningen op school, haken meisjes ook sneller af.

Tijdens en in de nasleep van klimaatrampen

In veel landen verhinderen gendernormen meisjes om te leren zwemmen, in bomen te klimmen, waarschuwingssignalen te herkennen of om eerste hulp toe te passen. Meisjes lopen daarom meer risico tijdens een ramp. Onderzoek toont aan dat tijdens en na een ramp meer vrouwen sterven dan mannen en dat de vrouwen die sterven jonger zijn dan de mannen. Zo liet de tsunami van 2004 vier keer zoveel dodelijke vrouwelijke slachtoffers dan mannelijke slachtoffers na.

Meisjes en vrouwen zijn kwetsbaarder omdat ze minder voorbereid zijn op rampen, maar ook omdat ze in de nasleep van een ramp risico lopen op gendergerelateerd geweld, zoals seksuele intimidatie en misbruik. Tegelijkertijd zijn meisjes en vrouwen belangrijke actoren voor de heropbouw van gemeenschappen na een ramp.

Na een klimaatramp gaan veel kinderen niet onmiddellijk terug naar school. Schoolgebouwen zijn vaak te beschadigd of worden gebruikt voor andere doeleinden. Leerkrachten kunnen het werk niet altijd voortzetten. De weg naar school en de school zelf zijn soms niet meer veilig. Wanneer de ouders hulp nodig hebben in het huishouden of niet meer voor het onderwijs kunnen betalen, moeten over het algemeen de dochters thuis blijven. Wanneer meisjes niet onmiddellijk terug naar school kunnen gaan na een ramp, is de kans groot dat ze helemaal nooit terugkeren.

Voor kinderen op de vlucht, genoodzaakt om hun dorp of land te verlaten na een klimaatramp of door een steeds onleefbaarder klimaat, is het bijzonder moeilijk om naar school te kunnen blijven gaan. Een kind op de vlucht heeft vijf keer minder kans om naar school te gaan dan een ander kind. Zowel gezinnen als kinderen die gescheiden zijn van hun ouders staan voor financiële, praktische en administratieve hindernissen. Voor meisjes op de vlucht bestaat het risico dat ze uitgehuwelijkt worden wanneer ze niet meer naar school kunnen gaan of dat ze het slachtoffer worden van seksueel geweld in hun nieuwe schoolomgeving. 

Zowel de geleidelijke klimaatveranderingen als klimaatrampen zorgen er dus voor dat minder meisjes naar school gaan. Ook leiden klimaatverandering en schaarste tot competitie en conflict. In conflicten zijn kinderen erg kwetsbaar. Meisjes lopen in het bijzonder het risico om slachtoffer te worden van psychologisch, fysiek en seksueel misbruik. Ook andere kwetsbare groepen, zoals kinderen met een beperking of kinderen van etnische minderheden, lopen grote risico’s.  

Daarbij versterkt de klimaatverandering bestaande ongelijkheden en kwetsbaarheden. De rechten van alle kinderen en in het bijzonder van meisjes - door hun leeftijd en gender vaak de grootste slachtoffers van economische, politieke en sociale ongelijkheid - worden hierdoor extra onder druk gezet. 

Duurzaam en inclusief onderwijs: de oplossing

Klimaatverandering zet het recht op onderwijs en bescherming onder druk. Tezelfdertijd is inclusief en kwaliteitsvol onderwijs net een essentieel onderdeel van een doordachte klimaatpolitiek. Scholen spelen op drie manieren een belangrijke rol.

Ten eerste bereidt kwaliteitsvol onderwijs kinderen voor op de korte- en lange- termijngevolgen van een veranderend klimaat. Kinderen en jongeren leren er niet enkel welke uitdagingen de klimaatverandering met zich meebrengt en hoe ze zich eraan kunnen aanpassen, maar ook hoe ze mee innovatieve oplossingen kunnen zoeken en hun stem kunnen laten horen voor een beter klimaatbeleid. Daarbij is een slimme onderwijspolitiek noodzakelijk om jongeren voor te bereiden op een groene economie. De transitie naar een groene economie zal bestaande jobs veranderen en extra jobs creëren. Zowel het hoger onderwijs als technische en beroepsopleidingen moeten jongeren beter voorbereiden op een groene economie. Voor de meer dan 650 miljoen jongeren die niet werkzaam zijn, noch een opleiding volgen, bieden groene technische en beroepsopleidingen een niet te onderschatten opportuniteit.

Ten tweede zijn scholen belangrijke schakels in het aanpassingsproces van gemeenschappen. Kinderen en jongeren leren in de zogenaamde “Green Schools”, die gebouwd en onderhouden worden met duurzame materialen en met respect voor het leefmilieu, hun kennis om te zetten in concrete acties op school en in hun omgeving. Scholen die klimaatverandering een belangrijke plaats geven in hun curricula en activiteiten hebben echter niet alleen een positieve invloed op de leerlingen. De hele gemeenschap heeft er baat bij. Uit verschillende projecten blijkt dat kinderen, die meer ontvankelijk zijn voor informatie over de klimaatopwarming, hun ouders en families sensibiliseren over het thema. Zo gaan ze samen over tot concrete acties om de impact van hun gemeenschap op de klimaatverandering in te perken en zich voor te bereiden op de gevolgen ervan, o.a. door het investeren in de groene economie. 

Ten derde zijn “Safe schools” essentieel om kinderen te beschermen wanneer er een klimaatramp plaatsvindt. Kinderen leren er van jongs af aan waarschuwingssignalen te herkennen en zich voor te bereiden op klimaatrampen. Leerlingen van deze scholen nemen wat ze geleerd hebben ook mee naar huis, wat ervoor zorgt dat hun families ook beter voorbereid zijn op klimaatrampen. Kinderen centraal stellen in de aanpassing aan de klimaatverandering zorgt er dus niet alleen voor dat zij beschermd worden, maar ook dat de gemeenschap zelf weerbaarder en zelfredzamer wordt.

Duurzame scholen moeten echter inclusief zijn. Dit betekent dat ook meisjes de kans moeten krijgen om naar school te gaan en hun schoolparcours af te maken. In de klas kunnen meisjes leren over klimaatopwarming en essentiële vaardigheden opdoen. Ze leren er ook op te komen voor hun rechten en klimaatacties te ondernemen. Scholen kunnen kinderen beschermen tijdens en na een klimaatramp, zeker wanneer ze rekening houden met de specifieke risico’s die meisjes lopen. Voor jonge vrouwen bieden toekomstgerichte, groene opleidingen meer autonomie en stabiliteit en uitzicht op een job in een sector waar gender minder een rol speelt bij de taakverdeling.

Climate change mitigation and adaptation programmes that fail to address structural barriers faced by women in accessing their rights will increase gender-based inequalities and intersectional forms of discrimination

Committee on the Elimination of Discrimination of Women. General recommendation No. 37, p.3. 2018

aanbevelingen

Elk kind heeft het recht om te leren, zich te ontwikkelen en beschermd te worden. Klimaatverandering zet deze rechten onder druk. Hoewel ze er niet toe bijdragen, zijn kinderen de grootste slachtoffers van de klimaatverandering. Door discriminatie en gendernormen ondervinden meisjes nog meer problemen. Zo worden ze vaker van school gehouden wanneer hun gezin minder middelen heeft door aanhoudende droogte, en lopen ze het risico op seksueel geweld na een klimaatramp. Tegelijkertijd tonen onze projecten aan dat kinderen - jongens en meisjes - niet gedoemd zijn om passieve slachtoffers te zijn. Door een participatieve aanpak kunnen kinderen opgroeien tot actieve burgers die actie kunnen en willen ondernemen tegen de klimaatverandering.

Plan International België raadt daarom aan de Belgische ontwikkelingssamenwerking aan om meer rekening te houden met de klimaatverandering en de genderspecifieke gevolgen, alsook om onderwijs te valoriseren als centrale actor in een duurzame toekomst van ontwikkelingssamenwerking.  Concreet betekent dit dat:

  1. De Belgische overheid extra middelen vrij moeten maken voor steun aan het onderwijs door een verhoging van de Belgische ontwikkelingshulp tot 0,7% van het BNI. Daarbij moet minstens 10% van het budget voor Belgische ontwikkelingssamenwerking naar onderwijs gaan tegen 2020 en 15% tegen 2030. Nu is dat slechts 7%.

  2. De Belgische ontwikkelingssamenwerking haar genderactieplan moet opvolgen en gender moet mainstreamen, alsook specifieke acties moet ondernemen. Dit wil zeggen dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking meer rekening moet houden met het genderspecifieke aspect van de klimaatverandering in alle domeinen en dat ze moet investeren in specifieke projecten, die er bijvoorbeeld voor zorgen dat meisjes hun opleiding in Safe en Green schools kunnen afmaken.

  3. De ontwikkeling van inclusief, kwaliteitsvol onderwijs gestimuleerd moet worden in de samenwerking met de onderwijssector in de partnerlanden en via multilaterale instellingen, zodat alle kinderen de kennis en vaardigheden kunnen verwerven die noodzakelijk zijn in een veranderende wereld.

  4. Er ook rekening moet worden gehouden met de uitdagingen rond klimaat en gender in technische - en beroepsopleidingen.

  5. In de samenwerking met de onderwijssector in de partnerlanden meer aandacht moet gaan naar de oprichting van Safe en Green Schools die op een ecologisch verantwoorde manier gebouwd en onderhouden worden, die klimaatopwarming opnemen in de curricula, en waarin alle kinderen, in het bijzonder de meest kwetsbaren, beschermd zijn tegen natuurrampen.

  6. De Belgische overheid 4% van het budget van humanitaire hulp moet voorzien voor onderwijs in noodsituaties en rekening moet houden met de specifieke problemen die meisjes verhinderen om hun onderwijs verder te zetten in noodsituaties.

Wilt u meer weten?

Tess Vanacker, Ontwikkelingssamenwerking en gender
02 504 60 12
tess.vanacker@planinternational.be

DOWNLOAD ONS MEMORANDUM (PDF, 28 P. 1,1 MB)

Vind je dit artikel interessant? Deel het met je vrienden!