Vele meisjes glippen door de mazen van het net. Ze zijn 'onzichtbaar' omdat bijvoorbeeld hun geboorte nergens geregistreerd is, omdat de nodige gegevens ontbreken of in het beste geval onvolledig zijn. Hun situatie wordt dan ook niet 'meegeteld' in de statistieken en bijgevolg niet erkend door regeringsleiders of beleidsmakers. Het federale parlement buigt zich over een resolutie die de vooruitgang van de vijfde Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG's), namelijk gelijkheid voor meisjes en vrouwen, in kaart wil brengen. Beleidsmedewerker Anthony Vanoverschelde vertelt over de noodzaak van goede data voor het behalen van gendergelijkheid en de rol van Plan International in het tot stand komen van de resolutie.

Genderdata zijn noodzakelijk voor een efficiënte ontwikkelingssamenwerking

Meisjes die school verlaten omdat ze werden gedwongen te trouwen, een kind hebben gekregen of het klaslokaal hebben ontvlucht omwille van geweld worden niet in kaart gebracht. Exacte cijfers van meisjes die moeder worden voor hun vijftiende verjaardag bestaan niet.  We stellen ons geen vragen bij het werk dat ze doen of ze voor hun arbeid al dan niet betaald worden. 

De 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG) beloven de wereld tegen 2030 te transformeren, maar we kunnen enkel de ongelijkheden aanpakken waar we ons bewust van zijn. Om een einde te maken aan armoede en ongelijkheid, ondermeer in de gezondheidszorg en het onderwijssysteem, moeten regeringen absoluut meer kennis hebben van de harde dagelijkse realiteit van meisjes en jonge vrouwen. Kennis die ze kunnen halen door correcte data en statistieken bij te houden aan de ene kant, maar des te meer door te luisteren naar de angsten en ambities van meisjes en jonge vrouwen aan de andere kant.

Wil je weten hoe Plan International België vooruitgang boekt op vlak van gelijkheid voor meisjes en jongens? 

 

Een parlementaire resolutie als hefboom voor gendergelijkheid

Gendergelijkheid, SDG 5, is één van onze prioriteiten als organisatie. Goede data over de reële vooruitgang van meisjes en jonge vrouwen zijn noodzakelijk als we onze beloftes willen nakomen. Plan International kaartte dit probleem aan in oktober 2016 in het rapport Counting the Invisible. Het rapport diende als basis voor de parlementaire resolutie die Fatma Pehlivan (sp.a) indiende om de regering aan te moedigen haar genderbeleid in de praktijk om te zetten. Dat kan door onze partnerlanden structureel te ondersteunen om meer en betere data te verzamelen over meisjes en vrouwen. Zo kunnen ook de middelen van onze Belgische ontwikkelingssamenwerking efficiënter kunnen worden ingezet.

Op basis van deze resolutie kan het parlement druk uitoefenen opdat de regering haar investeringen ten gunste van de gelijkheid van meisjes en jongens, en vrouwen en mannen opvoert. Ofschoon een minister niet verplicht is om uitvoering te geven aan resoluties, moet een minister wel verantwoording afleggen in het parlement over hoe met de aanbevelingen werd rekening gehouden. Aangezien het de beleidskeuze was van de regering Michel I om vrouwenrechten centraal te plaatsen in haar internationale samenwerking, verwachten we dat deze resolutie niet in dovemansoren zal vallen. Meer zelfs, de huidige regering lijkt het belang van goede data sterk te ondersteunen.

De impact van goede data

Het verzamelen en toegankelijk maken van genderspecifieke informatie betekent dat gegevens worden verzameld met als doel om gender in relatie tot andere factoren zoals leeftijd, etniciteit, regio, inkomen en onderwijsniveau te plaatsen. Daardoor kan men een beter beeld krijgen over de dagdagelijkse realiteit van vrouwen en meisjes zodat gepast beleid kan worden uitgewerkt en uitgevoerd.

Kwantitatieve data (hoeveel meisjes kunnen naar school) maar ook kwalitatieve data (hoeveel meisjes voelen zich veilig genoeg om naar school te gaan) zijn nodig opdat meerdere dimensies van een problematiek in rekening kunnen worden gebracht om in ontwikkelingslanden efficiënt beleid te kunnen voeren. Als gevolg hiervan verwachten we dat discriminerende wetten, normen en waarden en houdingen die de ontplooiing van meisjes in de weg staan, steeds meer in vraag zullen worden gesteld. En daar worden niet alleen meisjes zelf, maar heel de samenleving beter van.

Hoe gaat dat in zijn werk? Een voorbeeld van hoe goede data en doelgerichte beleidskeuzes een positieve ingreep mogelijk maken, is de aanpak van huiselijk geweld in de eilandstaat Kiribati. Tot 2008 vond de regering dat er geen nood was aan beleid gericht op geweld tegen vrouwen, maar toen cijfers aantoonden dat maar liefst 70 % van alle vrouwen slachtoffer waren, moest de regering wel actie ondernemen;

  • Het richtte een ministerie van vrouwenrechten op;
  • zette binnen de politie een speciale eenheid op die zich specialiseerde in huiselijk en seksueel geweld;
  • en vaardigde een wet uit waarmee daders makkelijker bestraft kunnen worden, de zogenaamde 'Family Peace Act for Domestic Violence'.

Op naar 2030

De resolutie werd unaniem goedgekeurd door het parlement op 15 maart. De stemming van de resolutie door het parlement is het eindpunt van een pleidooi dat werd opgestart in 2016 en lijkt vandaag haar eerste vruchten af te werpen. Maar nu begint het echte werk pas. Dat doen we onder andere door samen te werken met andere niet-gouvernementele organisaties en het door de VN ondersteunde “Data2X” en ons blijven inzetten om er bij overheden, middenveldorganisaties en bedrijven op aan te dringen dat de strijd voor betere levens voor meisjes en vrouwen wereldwijd wordt opgevoerd. Informatie is macht. Vooral daar waar meisjes het meest kwetsbaar zijn, is accurate informatie in de handen van meisjes en vrouwen een krachtig wapen om vooruitgang af te dwingen.

Vind je dit artikel interessant? Deel het met je vrienden!